David Kubaschka

‘Als Duits-Joodse vluchtelinge kwam ik op 27 februari 1940 met m’n ouders in het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork terecht. We zijn er tot na de bevrijding gebleven. In barak 17, waar zich ons kleine onderkomen bevond.

Mijn vader David was schoenmaker. Van commandant Gemmeker kreeg hij de opdracht om van speciaal leer manchetknopen te maken. Kisten vol met dit soort manchetknopen zijn tijdens de oorlog naar Duitsland overgebracht. Mijn vader komt ook voor in de Westerborkfilm, zittend achter één van de knoopapparaten.

In juli 1945 ben ik met m’n ouders uit kamp Westerbork vertrokken. In mijn herinnering, merkwaardig genoeg, geen fijne dag. Westerbork was alles wat ik kende. Ik kende geen leven buiten het kamp. Ik voelde me ontheemd. De gevangenen van kamp Westerbork waren mijn enige familie. Dat gevoel heb ik m’n hele leven met me meegedragen.’

Betti Kubaschka (1934) verbleef vanaf 1940 meer dan vijf jaar in kamp Westerbork waar zij op 12 april 1945 de bevrijding meemaakte.